Leidinggeven voor het eerst
Leidinggeven voor het eerst voelt vaak anders dan verwacht. Veel nieuwe leiders lopen vast zonder te weten waarom. Lees hoe dat komt en waar echte beweging begint.
Vorige week liep ik door de adembenemende bossen van Finland.
Terwijl ik daar genoot van de natuur, moest ik denken aan een
fascinerend stukje geschiedenis uit de jaren 1920.
Een geschiedenis die pijnlijk nauwkeurig blootlegt
hoe wij vandaag de dag nog steeds onze organisaties en teams inrichten.
In de jaren 20, net na de onafhankelijkheid van Finland,
raakte de bosbouw in de ban van het ‘scientific management’ (het Taylorisme).
De managementhype van die tijd dicteerde dat alles meetbaar, voorspelbaar en
maximaal efficiënt moest zijn. De natuur werd niet langer behandeld
als een levend ecosysteem, maar als een fabriek.
Het resultaat?
Prachtige, kaarsrechte rijen dennen- en sparrenbomen.
Allemaal van exact dezelfde leeftijd.
‘Onproductieve’ elementen zoals loofbomen, struiken en dood hout werden rigoureus verwijderd.
Op papier was het een managementtriomf.
De bomen groeiden voorspelbaar recht omhoog, de logistiek was optimaal
en de houtopbrengst schoot op de korte termijn omhoog.
Omdat alle bomen identiek waren, hadden insectenplagen en stormen vrij spel.
Eén enkele ziekte kon in één klap een heel bos vellen.
Er waren immers geen natuurlijke barrières of
genetische variaties meer om de klap op te vangen.
De bodem droogde uit en de veerkracht was volledig verdwenen.
Wat op papier het meest ‘efficiënte’ systeem leek, bleek in de praktijk het meest kwetsbare.
Als ik naar de moderne bedrijfswereld kijk, zie ik dat we precies hetzelfde met onze medewerkers doen.
We zoeken vaak naar een menselijke monocultuur.
We ontwerpen functieprofielen waarin we schapen met vijf poten zoeken,
en vervolgens verwachten we dat iedereen in exact hetzelfde format past.
Iedereen moet even snel zijn.
Iedereen moet dezelfde KPI’s halen.
Iedereen moet op dezelfde manier communiceren.
We proberen mensen te kneden tot die perfecte, kaarsrechte Finse dennenbomen.
Maar mensen zijn geen machines.
En belangrijker nog: mensen hóren niet universeel efficiënt te zijn.
Echte efficiëntie in een team ontstaat niet wanneer iedereen hetzelfde kunstje even snel doet.
Echte efficiëntie ontstaat door variatie.
* De ene medewerker is een snelle denker en blinkt uit in tempo, creativiteit en actie.
* De andere medewerker blinkt juist uit in accuraatheid, diepgang en kwaliteitsbewaking.
Als je de ‘snelle’ medewerker dwingt om hyper-accuraat te zijn, haal je de vaart en de energie eruit.
Als je de ‘accurate’ medewerker dwingt om te haasten, creëer je fouten en stress.
Beiden raken gefrustreerd, en je organisatie droogt langzaam uit.
Net als de Finse bosbodem in 1920.
Een gezond team heeft, net als een gezond bos, behoefte aan diversiteit.
Je hebt de snelle groeiers nodig, maar ook de diepe wortels die de boel stabiliseren als het stormt.
Pas wanneer we stoppen met het managen van mensen als identieke eenheden,
en ze gaan faciliteren als een levend ecosysteem, ontstaat er échte, duurzame veerkracht.
Vandaag de dag maken grote Finse bosbeheerders
de omgekeerde beweging: ze herstellen de variatie in het bos om bestand te zijn tegen de toekomst.
Wanneer maken wij die omgekeerde beweging in onze organisaties?
Stop met het werven van monoculturen. Begin met het voeden van de hele bedrijfsecologie.